De strijd tegen overgewicht en obesitas: stop de huidige ‘wait and see’ houding met opvang van catastrofes op latere leeftijd.

Er is nood aan vroegtijdige begeleiding van kinderen met overgewicht, maar de nodige multidisciplinaire begeleiding wordt niet terugbetaald. In België is zelfs sprake van een omgekeerde wereld. Pas na een jarenlange strijd tegen overgewicht en als iemand een extreme vorm van obesitas ontwikkelt (geassocieerd met verschillende medische complicaties), komt hij of zij in aanmerking voor de terugbetaling van een chirurgische gewichtsreducerende interventie. Was het niet de bedoeling om meer in te zetten op preventie?

Over Tibo en duizenden andere kinderen

Tibo, 5 jaar, komt op raadpleging voor begeleiding van zijn gewichtsprobleem. Sinds zijn 2de levensjaar neemt zijn gewicht veel te snel toe. Nochtans zijn beide ouders slank en ‘gemotiveerd’ om dit gewichtsprobleem aan te pakken. Ondanks hun financiële en tijdsinvestering in consulten bij verschillende zorgverstrekkers, lukt het echter niet om het gewicht van hun zoon te stabiliseren. Hij ontwikkelt als kleuter al verschillende medische complicaties zoals een verhoogde cholesterol en pre-diabetes, waarvoor hij dagelijks medicatie moet innemen. Nog meer schrijnend zijn het verlaagde zelfbeeld en het pestgedrag op school waardoor hij ’s ochtends niet meer uit zijn bed wil komen.

Tibo is niet alleen. In België kampt 1 op 4 kinderen met een te hoog gewicht. Dit overgewicht treedt daarenboven op steeds jongere leeftijd op: daar waar we vroeger vooral tieners zagen, worden nu zuigelingen en peuters via Kind en Gezin of kinderdagverblijven verwezen voor begeleiding bij te snelle gewichtstoename. Onderzoek heeft aangetoond dat eens een kind overgewicht vertoont, het zonder interventie meer dan 65% kans heeft om obees te blijven tot op volwassen leeftijd. Met andere woorden: een kind groeit hier niet vanzelf uit – gespecialiseerde hulp is nodig. Deze hulp moet intensief en vroegtijdig aangeboden worden: een multidisciplinaire behandeling dringt zich op met gelijktijdige interventie van zowel een gespecialiseerde arts, diëtist, psycholoog en kinesist. En daar wringt het schoentje: in België bestaat er immers geen tussenkomst in de kosten van zo’n intensieve en multidisciplinaire begeleiding.

Geneeskundige verzorging enkel voor wie het zich financieel kan veroorloven

Sinds Tibo multidisciplinair op 2-wekelijkse basis opgevolgd wordt, stabiliseert zijn gewicht. Hij voelt zich duidelijk beter, en na 6 maanden behandeling kan zijn medicatie gestaakt worden. Tibo heeft ‘geluk’, zijn ouders konden de hoge kostprijs van zo’n behandeling zelf financieren – vele anderen verdwijnen echter na enkele weken uit opvolging gezien een maandelijkse kost van meer dan 100 euro voor de meeste gezinnen niet vol te houden is. Dit creëert een geneeskundige verzorging enkel beschikbaar voor wie het zich financieel kan veroorloven.

Ondanks het feit dat onze Belgische regering in 2014 mee het rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie-commissie rond aanpak van obesitas bij kinderen ondertekende – en hiermee erkende dat preventie en vroegtijdige aanpak van overgewicht bij kinderen noodzakelijk is – blijft er nood aan concrete acties.

Op dit moment bevinden we ons in België zelfs in een ‘omgekeerde’ wereld. Pas als een patiënt, na een jarenlange strijd tegen overgewicht, een extreme vorm van obesitas ontwikkelt (geassocieerd met verschillende medische complicaties), komt hij of zij in aanmerking voor de terugbetaling van een chirurgische gewichtsreducerende interventie (de zogenaamde ‘bariatrische chrirugie’). Natuurlijk is het fantastisch dat we deze patiënten – op het moment dat ze zich in een uitzichtloze situatie bevinden – kunnen helpen, maar de vraag blijft of we niet eerder kunnen tussenkomen en deze lange lijdensweg kunnen vermijden. Het zou toch immers veel logischer zijn om meer te investeren in enerzijds de preventie van obesitas, en anderzijds in vroegtijdige interventies van bij aanvang van het probleem?

Zo zou de wetgeving rond reclame van ongezonde voeding moeten verstrengd worden (verbieden van voedingsgebonden reclame tussen kinderprogramma’s), maaltijd- en bewegingsaanbod op scholen moet aangepast worden (waarom niet meer beweging aanbieden in de naschoolse opvang – waar kinderen vaak tussen 16 en 18 uur wachten op hun ouders – en door het samen zijn met hun vriendjes makkelijker te motiveren zijn om te bewegen) en investering in een veilige speelomgeving in het leefmilieu van jonge gezinnen is meer dan noodzakelijk. Eens overgewicht opgetreden is, zal een snelle en terugbetaalde gespecialiseerde interventie zowel voor de patiënt als voor de ziekteverzekering op lange termijn veel interessanter blijken dan de huidige ‘wait and see’ houding met opvang van catastrofes op latere leeftijd.

Op dinsdag 11 oktober is het Wereld Obesitas Dag. Laat ons hopen dat de regering oor heeft naar de vraag van Tibo en zijn familie, en vele andere gezinnen in België.

prof. dr. Inge Gies

Over

Prof. dr. Inge Gies werkt als kinderendocrinoloog. Verder is ze de verantwoordelijke van de obesitaskliniek binnen de pediatrie van het UZ Brussel en is ze secretaris van de BASO – de Belgian Association for the Study of Obesity.


Er zijn geen reacties.

Reageer

Je kan deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>