Artsenberoep nog lang niet dood!

In De Standaard van zaterdag 13/02/2016 noemt technologie-ondernemer en auteur Peter Hinssen het beroep van arts een van de drie beroepen die “op de helling staan”. Dat geloof ik niet. Wat wél op de helling staat is een bepaalde manier om het beroep uit te oefenen.

Er zijn natuurlijk meerdere kaders van waaruit je naar de samenleving kan kijken, Peter Hinssen doet dat vanuit de technologie, ik vanuit het mens-zijn. Uiteraard is het zo dat de technologische ontwikkelingen in zeer hoge mate de samenleving beïnvloeden en technologie heeft talrijke voordelen. Zo is het onbetwistbaar dat patiënten dank zij het internet meer toegang hebben tot informatie en kennis die destijds tot het monopolie van experts behoorden; al moet je als patiënt natuurlijk nog over de kwaliteiten beschikken om de overdaad aan soms tegenstrijdige, onvolkomen en tendentieuze informatie te managen en er expertise uit te puren. Dat lijkt mij echter nog geen argument om een discours van technologisch determinisme aan te nemen zoals Peter Hinssen dat doet als hij over het artsenberoep spreekt. Hinssen profileert de meerwaarde van een arts als voornamelijk een bron van kennis en gaat daarmee volledig voorbij aan de psycho-sociale rol van de arts en de psycho-sociale effecten van de ziekte voor de patiënt.

“Een beslissing om voor een bepaalde behandeling te kiezen, is mensenwerk.”

Dat staat haaks op het huidige en belangrijke discours dat de patiënt als mens in de gezondheidszorg centraal moet staan. Een beslissing om voor een bepaalde behandeling te kiezen, is zelden louter een zaak van feiten afwegen maar ook van het afmeten van de waarden en normen van de patiënt en dat is en blijft mensenwerk. Talrijke onderzoeken tonen aan hoe belangrijk naast expertise ook effectieve communicatie en oprecht inlevingsvermogen de basis vormen van het vertrouwen dat de basis is en blijft van de patiënt-zorgverstrekkerrelatie en die nodig zijn om het engagement van de patiënt te bekomen. De arts die het principe van patient empowerment onderschrijft en er zich naar gedraagt, heeft het heden in handen en de toekomst voor zich: hij of zij luistert, legt uit, overlegt, ondersteunt, werkt samen, coacht. Computers zijn daar vooralsnog niet beter in dan mensen, alle Watsoncomputers ten spijt. En ik hoop oprecht voor de patiënten dat de technologie het nooit van de mens overneemt. Niet omdat ik mij afzet tegen technologie of technologische ontwikkelingen, maar ook omdat technologie niet onfeilbaar is, zeker niet als het over emoties gaan. Artsen laten zich door steeds gesofisticeerdere technologie bijstaan voor diagnose en behandeling. Maar ziekte is nu eenmaal doorgaans niet een louter biomedisch gebeuren. Dat hebben we in de zorg al lang begrepen en er wordt hard gewerkt aan een zorg die de patiënt als mens nog meer in het centrum zet.

De arts is ook een coach en een gids

De arts is daarbij niet een louter genezer of behandelaar maar ook een coach en een gids. Hij of zij ondersteunt de patiënt bij het toepassen van de behandeling en bij een gedragsverandering als dat nodig zou zijn. Dat kan ver gaan, zoals bij iemand die beseft een chronische patiënt te worden en daardoor zijn eigen identiteit moet heropbouwen. De arts gidst de patiënt ook in het ingewikkelde kluwen dat de gezondheidszorg is met veel segmentatie en steeds meer specialisatie. Enkel artsen die de patiënt eng en paternalistisch als een object zien en hem of haar ook zo behandelen, zijn tot uitsterven gedoemd. En maar goed ook. De arts die gemakkelijk door een computer kan worden vervangen, verdient dat ook. Het beroep van arts staat dus niet op de helling, wél een bepaalde manier om het artsenberoep uit te oefenen. Het interview met Hinssen verscheen in de krant precies op de dag dat het UZ Brussel een rekruteringscampagne lanceert waarbij het patiënten aan het woord laat. Daarbij zegt het o.m. precies het omgekeerde van wat Peter Hinssen verklaart: alle technologie ten spijt, blijft de mens belangrijk in de gezondheidszorg, in elk beroep, ook dat van arts. Peter Hinssen zet in zijn interview dus met zijn mening over de arts niet een stap vooruit wat effectieve patiëntenzorg betreft, maar een stap achteruit. De uitdaging is een goed evenwicht tussen de nuttigheid van de technologie en de inbreng van de mens.

Elk blogbericht op ‘UZ Brussel blogt’ weerspiegelt enkel de mening van de respectievelijke auteur.

Over

Edgard Eeckman is manager dienst communicatie en woordvoerder van het UZ Brussel. Hij is wetenschappelijk medewerker van ‘Research center for Culture, Emancipation, Media and Society’ (CEMESO) - VUB en doctoreert er over de patiënt-(huis)artsrelatie. Je kan hem ook volgen op Twitter, @eeckman.

1 reactie op “Artsenberoep nog lang niet dood!”

Reageer

Je kan deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>