Taal? Welke taal?

Burgemeesters Brankaer en Spooren van Overijse en Tervuren eisten afgelopen weekend in verschillende media dat ziekenwagens van Brusselse ziekenhuizen voortaan minstens één Nederlandstalige ambulancier aan boord hebben wanneer ze moeten uitrukken naar de Druivenstreek. Het blijft naar verluidt klachten regenen van inwoners uit de vier Druivenstreekgemeenten (Hoeilaart, Overijse, Tervuren en Huldenberg) omdat ze in noodsituaties geregeld enkel Franstalige ambulanciers over de vloer krijgen . Dat is onaanvaardbaar omdat het leidt tot vertragingen en communicatieproblemen die soms levensbedreigend zijn.

Op zo’n moment is het belangrijk dat je je eigen taal kan spreken. Mensen in nood zijn vaak in paniek en dan is het moeilijk om je in een andere taal dan je moedertaal uit te drukken.

De aanklacht van de burgemeesters is een gekend probleem in Brussel en de Rand, en bestaat al zolang ik me kan herinneren. Het heeft te maken met het feit dat Nederlands in Brussel nu eenmaal een “kleine” taal is geworden. Er zijn meer dan twintig ziekenhuizen in Brussel. Daarvan zijn er drie “wettelijk” eentalig, met name de unicommunautaire universitaire ziekenhuizen van Woluwe (St Luc, UCL) en Anderlecht (Erasme, ULB), beide Franstalig, en van Jette (UZ Brussel, VUB), Nederlandstalig. De andere ziekenhuizen zijn in principe “bicommunautair”, tweetalig.

Wat betekent dat in de praktijk? Ik spreek alleen voor mijn ziekenhuis, het unicommunautair Nederlandstalige UZ Brussel, ziekenhuis van de Vlaamse Gemeenschap, gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ongeveer 37 % van onze patiënten (en wij hebben meer dan 400.000 patiëntencontacten per jaar) komen uit het Brussels Gewest. De rest uit Vlaanderen (het merendeel), en de rest van België of het buitenland.

Welke taal/talen spreken wij?

Onze voertaal, ook op administratief vlak, is en blijft het Nederlands. Van alle medewerkers wordt verwacht dat zij Nederlands spreken en schrijven. Dat betekent ook: taallessen geven wanneer het nodig is, want hier werken meer dan 50 nationaliteiten.

Onze medische taal is de taal van de patiënt. Aan iedere medewerker die in contact komt met de patiënt, vragen we de taal van de patiënt (zo goed mogelijk) te spreken. Concreet is dat Nederlands, Frans en Engels (er is een grote expat-gemeenschap in Brussel). Dat betekent: op de werkvloer ook weer dié taallessen geven indien nodig. We hebben ook een cohortje Duitstalige artsen, Italianen, Spanjaarden, noem maar op. Dat helpt. Er zijn ook tolken en interculturele bemiddelaars voor onze Arabisch, Berbers of Turks sprekende patiënten.

Waarom doen we dat?

  • Ten eerste, omdat we niet dezelfde fouten willen maken als (vele, niet alle) andere ziekenhuizen in Brussel, en waarnaar de burgervaders net verwijzen. Daar heb je inderdaad niet de zékerheid dat je als Nederlandstalige in je eigen taal wordt geholpen – al doet men dikwijls zijn best. In het UZ Brussel heb je die zekerheid wèl. Ook als Franstalige, of Engelstalige, of… Dat vinden wij namelijk beleefd en respectvol. En laat respect nu net één van onze basiswaarden zijn.
  • Ten tweede, omdat het onomstotelijk is aangetoond dat de medische resultaten significant beter zijn naarmate het medisch team en de patiënt dezelfde taal spreken, of alleszins elkaar begrijpen. Zeker wanneer elke seconde telt.
  • Ten derde, omdat je zo als Nederlandstalig ziekenhuis ook respect afdwingt bij de anderstalige patiënt, de Brusselaar. Ik heb meer dan twintig jaar ervaring als clinicus in Brussel. Elke patiënt weet ondertussen dat in het UZ Brussel het Nederlands de voertaal is. En heel dikwijls proberen Franstalige of anderstalige patiënten in hun beste Nederlands te communiceren. Wanneer dat te moeizaam verloopt, schakelen wij probleemloos over op Frans, of een andere taal. Dat wordt bijzonder geapprecieerd door die patiënt, en je ziet dan ook dikwijls het vooroordeel “Flamand” zo verdwijnen…

Ja, je hebt ook hardliners bij die patiënten. Maar hoe ‘superieur’ ben je dan eigenlijk niet, als Nederlandstalige zorgverstrekker, dat jij die andere talen wèl kent? En geloof me, dat voelt men …

Elk blogbericht op ‘UZ Brussel blogt’ weerspiegelt enkel de mening van de respectievelijke auteur.

Over

Prof. dr. Marc Noppen is sinds 2006 CEO van het UZ Brussel. Marc is pneumoloog en behaalde zijn doctoraat aan de VUB in 1996. Hij volgde uiteenlopende bijkomende opleidingen waaronder Farmaco-Economie en Ziekenhuismanagement en is gastprofessor aan verscheidene buitenlandse instellingen. Twittert als @MarcNoppen.


Er zijn geen reacties.

Reageer

Je kan deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>