Dura lex, sed lex!*

Al een jaar geleden haalde het tekort aan spermadonoren de Belgische pers. Eergisteren contacteerde de pers me opnieuw met de vraag of dit tekort ondertussen opgelost is. De verwondering was groot bij de melding dat dit tekort nog groter is en zeker in de toekomst niet zal afnemen.

Maatschappelijke tendensen

We hebben inderdaad al lang een structureel tekort aan zaaddonoren omdat de vraag het aanbod overtreft. Maatschappelijke tendensen zorgen ervoor dat de vraag altijd groter wordt o.a. door een toename van de vraag vanuit lesbische paren en alleenstaande moeders met een kinderwens. Ook het aanbod is onderhevig aan tendensen: vroeger was het protype van de zaaddonor de mannelijke student, nu is het meer de brave huisvader die gemotiveerd wordt omdat in zijn familie of vriendenkring een kinderwens via zaaddonatie eindelijk opgelost raakte. Spijtig genoeg heeft deze tendens het aanbod niet doen toenemen. Onze wachtlijsten voor spermadonatie zijn aangegroeid tot bijna een jaar, maar zullen in de komende maanden waarschijnlijk nog verder aangroeien. Dit als gevolg van een vraag vanwege de overheid tot striktere interpretatie van de wet van 2007 op donorschap. Veel spermabanken proberen hun tekorten op te lossen door gebruik te maken van donorzaad uit buitenlandse (vaak Deense) spermabanken. De Deense overheid promoot donorschap en tolereert zelfs ‘for-profit’ spermabanken waardoor Denemarken geen tekort aan donoren heeft. Idem dito voor bijvoorbeeld Spanje. Onze overheid promoot donorschap spijtig genoeg niet. Verder stelt onze wet dat zaadcellen “van eenzelfde donor niet gebruikt mogen worden om bij meer dan zes verschillende vrouwen telkens één of meer kinderen geboren te laten worden”. In Denemarken mogen er dan weer 20 kinderen per donor zijn.

Anoniem vs. niet-anoniem

Belgische zaaddonoren zijn in regel anoniem. Wel stelt artikel 57 dat “de niet-anonieme donatie berustend op de toestemming van de donor en de ontvanger(s) is toegestaan”.

De overheid wijst ons erop dat de wet van 2007 strikt moet worden toegepast. Het gaat niet om zes Belgische vrouwen, maar om zes vrouwen, Belgisch of Nederlands, maakt niet uit. Ook de interpretatie van al dan niet anoniem zijn, moet strikter. Veel Deense donoren zijn anonieme ‘profieldonoren’: ze stellen voor de wensouder(s) een aantal niet-identificeerbare gegevens ter beschikking. Denk hierbij aan hobby’s, beroep, oogkleur, haarkleur e.d. Andere Deense donoren zijn zogenaamde ID-donoren. Dit zijn donoren die anoniem zijn voor de wensouders, maar wel toestaan dat een eventueel kind verwekt met hun zaad op latere leeftijd contact kan opnemen via een ‘derde partij’. Bij strikte interpretatie van de Belgische wet mogen deze beide types donoren niet in België aangeboden worden. Hierdoor daalt het aanbod aan beschikbare donoren, maar is er geen passend antwoord voor de toenemende vraag vanwege wensouders. De vraag naar vooral profieldonoren, maar ook ID-donoren in het kader van openheid rond donorschap. Hiertoe hebben wensouders in België als enige mogelijkheid een voor hen gekende donor te zoeken, bv. binnen hun vriendenkring.

De meeste donorkinderen hebben geen nood aan een direct contact met hun donor, doch willen wel het profiel van hun donor kennen: wat voor iemand was het, wat waren zijn hobby’s, … Een kleinere groep kinderen heeft nood aan een identificatie van de donor, een nood vaak gecreëerd door een verkeerd gelopen, laattijdige communicatie omtrent het gebruik van donorzaad voor het realiseren van de kinderwens bij hun ouders.

Zaad kopen via het internet

In een niet-discriminerende humanistische samenleving moet een goed geïnformeerde patiënt autonome keuzes kunnen maken. Het zou dus zeker wenselijk zijn dat onze wet zou toelaten dat we vier types van donoren kunnen rekruteren en ter beschikking stellen: anonieme donoren en gekende donoren (nu door onze wet toegelaten), maar gezien de toenemende openheid ook ‘profieldonoren’ (anonieme donoren die niet identificeerbare informatie voor het kind en de eventuele wensouders ter beschikking stellen) en ‘ID-donoren’ (identificeerbare donoren, niet gekend door de wensouders, maar waar een kind later eventueel via een derde partij contact mee kan opnemen).

Meer en meer patiënten die aankloppen bij het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde (CRG) van het UZ Brussel voelen zich gediscrimineerd omdat onze wet hier beperkingen heeft. Een kwalijk gevolg is dat ze meer en meer ‘hun’ zaaddonor ergens anders willen gaan zoeken. Via sociale media bieden zogenaamde ‘wilde donoren’ hun diensten aan onder variabele voorwaarden. Landen waar grote tekorten heersen omdat bijvoorbeeld enkel ‘ID-donoren’ mogen gerecruteerd worden, is het fenomeen van ‘wilde donoren’ gerekruteerd via internetfora of zelfs via twitter ondertussen een realiteit. Het moge duidelijk zijn dat dit type donorschap tot talrijke problemen kan leiden, niet enkel van medische aard, maar potentieel ook van menselijke aard omdat er situaties kunnen ontstaan die of voor de wensouders, of voor de donorkinderen, en raar maar waar, soms ook voor de ‘wilde donor’ problematisch uitdraaien. (Enkel donoren die via een erkende donorbank donor zijn, hebben een wettelijke bescherming. Daardoor kregen in een aantal landen ‘wilde donoren’ in het verleden al via juridische weg een verplichting tot het betalen van onderhoudsgeld opgelegd.)

Dura lex, sed lex*. Maar stelde Cicero ook niet dat “salus aegroti suprema lex”? **

* de wet is hard, maar het is de wet
** het welzijn van de mens is de meest belangrijke wet

Meer info over spermadonatie: www.spermadonor.be.

Elk blogbericht op ‘UZ Brussel blogt’ weerspiegelt enkel de mening van de respectievelijke auteur.

Over

Prof. Herman Tournaye is sinds eind 2011 klinisch en wetenschappelijk directeur van het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde van het UZ Brussel. Hij is gynaecoloog van opleiding en haalde in 1994 een doctoraat in de Medische Wetenschappen aan de VUB. Aan de VUB doceert hij als hoogleraar Ontwikkelingsbiologie, Embryologie en Reproductieve Geneeskunde.


Er zijn geen reacties.

Reageer

Je kan deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>